Haags Bureau. Boekenmakers. Tekstredacteurs. Grafisch ontwerpers. Vormgevers. Voor bekende én onbekende auteurs.

Het Haags Bureau maakt boeken voor – en met – bekende en onbekende auteurs. Voor self-publishers, of onder het label van onze uitgeverij.

Boekendingen

INHOUD: Wat kost dat nou, een boek maken? – Komma´s – De Spellingwet – Welke omslag voor je boekHoe schrijf ik getallen – Iets wat of iets dat – Kunt of kan – Citaten – Waarvan of van wie – Zoveel of zo veel – Beide of beiden – Komma’s – Nog meer komma’s –

Wat kost dat nou, een boek maken?

De grootste kostenpost bij het maken van een boek is vaak het drukwerk, gevolgd door de kosten voor de redactie, de correctie en de vormgeving. Ook de promotie van je boek vergt budget.

Je kunt met de volgende dingen rekening houden:
  • Hoe dikker het boek, hoe meer kosten, qua redigeren, corrigeren en vormgeven. Ook het drukken is duurder.
  • Het binnenwerk van je boek kan zwart-wit of in kleur worden gedrukt. Hoe meer kleur, hoe duurder het drukwerk.
  • Hoe groter het boek, des te duurder is het om het te maken.
  • Er bestaan bepaalde standaardformaten in boekenland. Het loont om binnen deze formaten (klein, middel en groot) een geschikte afmeting voor jouw boek te zoeken.
  • Paperback, ook wel bekend als softcover, is het voordeligst. Hardcover is wat duurder.
  • Een gelijmd boekblok (binnenwerk) is voordeliger dan een genaaid gebrocheerd boekblok (binnenwerk).
  • Speciale wensen voor de cover, zoals flappen, een linnen cover, een stofomslag, een preeg, foliedruk en zo verder (zie bijvoorbeeld het gaatje in Het Franse Gaatje en de lederen omslag en goud op snee van Pleite) zorgen voor meerkosten.
Met een netwerk van drukkerijen kunnen we vrijwel elk boek maken. Van minipocket tot koffietafelboek, van luttele millimeters dik tot 6,5 centimeter bij POD (een geprint boek), en nóg dikker bij drukwerk.

Komma´s

Dit voorbeeld komt van Herman Finkers en is al een klassieker te noemen:
Hans zei Grietje zal ik met dit weer mijn korte rokje aantrekken?
Er zijn twee mogelijkheden:
1) Hans,’ zei Grietje, ‘zal ik met dit weer mijn korte rokje aantrekken?’
2) Hans zei: ‘Grietje, zal ik met dit weer mijn korte rokje aantrekken?’

In ‘Hans,’ zei Grietje… staat het eind-aanhalingsteken na de komma, omdat in de niet-onderbroken tekst ook een komma staat: Hans, zal ik… Als in zo’n zin geen komma staat, komt die in een citaat na het eind-aanhalingsteken: ‘Over een week’, zei mijn zoon, ‘geef ik een feestje.’  (om het nog lastiger te maken: uitgeverijen van romans doen het meestal anders; ze zetten de komma steeds voor het laatste aanhalingsteken.)

Bron: Schrijvenonline. Het tijdschrift Schrijven is een aanrader, zes keer per jaar zinvolle informatie in je brievenbus!

De Spellingwet

Er bestaat een wet die de correcte schrijfwijze van de Nederlandse taal bepaalt. Hè, is dat bij wet geregeld? Jazeker. Tot februari 2006 stonden zelfs alle spellingsregels opgesomd in een aparte wet. Dat vond men wat omslachtig, dus nu bepaalt de Nederlandse Taalunie de juiste schrijfwijze van de Nederlandse taal. Dit betekent dat sinds 2006 de woordenlijst van de Nederlandse Taal (het Groene Boekje) en de leidraad (zie woordenlijst.org) een wettelijke grondslag hebben.

De Nederlandse regeldrift over correct taalgebruik is overigens niet uniek. De Franse, Spaanse en Duitse taal kennen soortgelijke instituten; respectievelijk de Académie Française, de Real Academia Española en de Rat für deutsche Rechtschreibung. Opvallend is dan weer dat de Engelse taal niet zo’n instituut kent en dat er een alternatief (onwettig) Nederlands instituut bestaat. Het Genootschap Onze Taal heeft diens ‘onwettige’ schrijfwijze vastgelegd in het Witte Boekje. Veel grote kranten gebruiken die schrijfwijze, terwijl de overheid en het onderwijs verplicht zijn de wettelijke schrijfwijze te gebruiken.

Bron: https://www.tenholternoordam.nl/nieuws/drie-gekste-wetten-van-nederland


Kommaproblemen

Veel mensen hebben moeite met leestekens. Dat blijkt wel uit het feit dat teksten op dit gebied soms nogal onbeholpen aandoen. En dat is jammer, want leestekens kunnen een tekst niet alleen beter leesbaar maken, maar ook misverstanden voorkomen. Peter van der Horst heeft in zijn Nieuwe leestekenwijzer Compact aandacht besteed aan ‘alles’ op het gebied van leestekens en andere tekens.

Een aanrader! bestel het bij Bazarow. voor boeken en schrijvers: Nieuwe leestekenwijzer Compact.

“Van alle leestekens geeft de komma ongetwijfeld de meeste problemen. Berucht zijn bijvoorbeeld de bijvoeglijke bijzinnen; een komma meer of minder kan daarbij een groot verschil maken. Een voorbeeld: De bezoekers die te laat waren, mochten niet meer naar binnen. Als je na bezoekers ook een komma zet, krijgt de zin een totaal andere betekenis. Zonder komma gaat het alleen om degenen die te laat waren, maar met een komma gaat het om alle bezoekers.

Is dit nu niet erg vergezocht? Nee, zeker niet, want de komma bepaalt de betekenis in zulke zinnen. In bijvoorbeeld contracten kan een verkeerde komma grote (financiële) gevolgen hebben. Er zijn zelfs rechtszaken over gevoerd.

    Om dit onderwerp wat luchtiger te eindigen, nog een paar zinnen waarin de komma de betekenis bepaalt. Ik ben niet naar zijn feestje gegaan(,) om hem te kwetsen. Staat er geen komma, dan ben ik wel gegaan, maar niet om hem te kwetsen. Als er een komma staat, ben ik niet gegaan (namelijk om hem te kwetsen). Helaas kan ik niet me je mee, want ik verwacht nog ander(,) vervelend bezoek. De komma na ander maakt een groot verschil…

    Nog even een misverstand uit de weg ruimen. Uit hun schooltijd herinneren velen zich dat je vóór en geen komma zou mogen zetten. Maar dat is onzin, want een komma kan daar juist nuttig of zelfs nodig zijn. Denk maar aan zinnen als: Ik ben vorig jaar niet op vakantie geweest, en wel om twee redenen.

Of: Ik houd van koffie, en van mijn vrouw kan hetzelfde gezegd worden.

Er is hier steeds sprake van een duidelijke pauze na en, en dus een komma.

Bron: Peter van der Horst, bestel het boek bij Bazarow: Nieuwe leestekenwijzer Compact

Jouw boek in de Koninklijke Bibliotheek (KB)

Ook jouw uitgave is het waard om opgenomen te worden in het Depot van Nederlandse Publicaties.

De KB nodigt uit om van elke in Nederland uitgegeven publicatie, ongeacht de taal, ongeacht of het via een uitgever of een eigen publicatie is verschenen, één exemplaar ter beschikking te stellen aan het Depot van Nederlandse Publicaties. Jouw publicatie zal blijvend deel uitmaken van het collectieve culturele erfgoed van Nederland. Alle ontvangen publicaties worden onder optimale condities bewaard en gearchiveerd. De KB geeft bekendheid aan de gedeponeerde publicaties via de Nederlandse Bibliografie.

Welke omslag voor je boek?

De meeste boeken die verschijnen hebben een softcover, een hardcover of iets wat daar tussenin zit: een integraalband. De covers zijn tegelijk de naamgevers van de boeken geworden: een boek is een softcover, een hardcover of een integraalband (er zijn nog veel meer soorten boeken, dit zijn de drie meest voorkomende bindwijzen).

Softcover: de pagina’s van een boek waar een softcover omheen gaat, worden doorgaans in de rug aan elkaar gelijmd. Daaromheen gevouwen zit een softcover (een kaft van 240 grams karton) die eraan vast wordt gelijmd.

Hardcover: de pagina’s van een boek waar een hardcover omheen gaat, bestaan doorgaans uit gedrukte katernen die worden gevouwen en met garen worden gebonden tot een boekblok. De hardcover (een kaft van dik karton) wordt door middel van schutbladen verbonden met het genaaide boekblok.

Integraalband: een kruising tussen een softcover en een hardcover wordt een integraalband genoemd: het is een softcover met de genaaide bindwijze van een hardcover, dus met schutbladeren.

Meer info:

De omslag, oftewel cover, kan dus een slappe kaft hebben (softcover) of een harde kaft: de hardcover.  Het dunne of dikke karton waar de cover uit bestaat wordt doorgaans  gebruikt om de titel en de auteur op te vermelden. Het karton wordt vrijwel altijd veredeld. De meest gebruikelijke manier is lamineren (glanzend of mat), maar er zijn nog meer manieren om de cover te veredelen, zoals beplakken met linnen of leer. Om een beplakt boek kan als extra nog een losse ‘stofomslag’ van papier worden gevouwen.

Een softcover kan uitgevoerd worden met flappen. Door middel van de rilrand vouwen die flappen vanzelf naar binnen. Op de flappen kun je informatie kwijt, bijvoorbeeld over jezelf, je organisatie of over ander werk dat van jouw hand is verschenen. De softcover voelt iets steviger aan door de flappen.

Een hardcover en een integraalband hebben schutbladen waarmee het boekblok aan de hardcover is vastgelijmd. Die schutbladen zijn meestal blanco, soms hebben ze een kleurtje maar je kunt ze net zo goed laten bedrukken.

Een hardcover en een integraalband hebben – vanaf een bepaalde dikte – een kapitaalbandje bovenaan het boekblok. De gevouwen katernen zijn immers aan elkaar genaaid. Het kapitaalbandje is wit, of heeft een kleur naar keuze. Aan dit kapitaalbandje kan een leeslint bevestigd worden.

Aan elk van de genoemde covers zitten voor- en nadelen. We informeren je graag!

Hoe schrijf je getallen?

In een lopende tekst is het gebruikelijk om getallen voluit te schrijven:

  • getallen tot twintig: twee, negen, zeventien, negentien.
  • tientallen tot honderd: twintig, vijftig, zeventig.
  • honderdtallen tot duizend: driehonderd, zeshonderd.
  • duizendtallen tot en met twaalfduizend: zesduizend, tienduizend.
  • de woorden miljoen, miljard, biljoen, dus ook: vier miljoen, zeven miljoen.

Die laatsten kunnen ook als volgt worden geschreven: 25 duizend, 155 miljoen, 21 miljard.

Overige getallen schrijf je in cijfers. In getallen van vijf of meer cijfers zet je een punt na de duizendtallen: 71.000, 233.000. In getallen van vier cijfers mag de punt eventueel worden weggelaten: zowel 7.900 of 7900,  € 1.300 of € 1300.

In cijfers

Deze getallen schrijf je in cijfers:

  1. Getallen die niet binnen de ‘voluit’ categorieën vallen: 42, 365, de 21e/21ste eeuw.
  2. Exacte waarden, zoals kilometers, maten, temperaturen, gewichten, jaartallen en data: maximumsnelheid 50 km/u, het is 14 ºC’, een overnachting kost € 100,- (of: 100 euro), we vertrekken op 25 april.
    Ook: hoofdstuk 1, paragraaf 3.4, optie 1 en optie 2, deel 1 t/m 7, groep 5, klas 6.
  3. Cijfers hebben de voorkeur als er anders een rare mix van woorden en cijfers zou ontstaan. Dus niet: Van de 45 deelnemers zijn er zeventien gezakt en 28 geslaagd. Schrijf dan allemaal cijfers: Van de 45 deelnemers zijn er 17 gezakt en 28 geslaagd.  De schrijfwijze van: Ik was veertig, maar voelde me 25 wordt: Ik was 40, maar voelde me 25. Dat heeft twee redenen: de rare mix, en de leeftijdenregel, zie hieronder.

Leeftijden vallen niet precies in een van deze categorieën in te delen. Veel nieuwsredacties hanteren de regel dat leeftijden altijd in cijfers worden weergegeven: een jongen van 17, een vrouw van 30.

Bij de weergave van percentages wordt eerder voor cijfers gekozen: 50% van de Nederlanders of: 15 procent. Als in een tekst maar een enkel percentage voorkomt, kan het geheel ook in woorden worden opgeschreven: dertig procent.

De richtlijnen voor het schrijven van getallen verschillen soms per redactie. Zo wordt er in romans vaak voor gekozen om getallen altijd in woorden te schrijven, omdat cijfers het tekstbeeld iets te zeer zouden kunnen verstoren.

Tot slot: Begin een zin niet met een getal. Herschrijf de zin om te voorkomen dat er staat: 2019 Was voor mij het jaar dat…

Bronnen: Onze Taal, Taaladvies, Scribbr