‘Klopt,’ zei Josje, ‘dat ben ik ook, een dove kluizenaar. Doof geworden in de nacht terwijl ik sliep. En een dove kluizenaar is voor de buitenwereld nog erger dan enkel kluizenaar. Maar de buitenwereld was mijn wereld al niet meer. Mijn wereld is hier in dit huis, met mijn boeken en mijn kluis met geld.

Alhoewel zoveel geld in mijn situatie ook verschrikkelijk is. Ik heb gedacht aan de vuilniszak en de container, maar uiteindelijk werd het casino.’

Een roman over het eigenzinnige leven van Josje, de liefde, het leven en de dood. Over de moeder van Josje die de moeder van Josje niet was. Over Martijn die een last met zich meedroeg en Juan de vader van Carlos. Tot slot Carlos zelf die De dove kluizenaar schreef voor Josjes.

René Coenradie (1955) woont in Spanje en schreef na zijn autobiografische debuutroman Wel doof, niet ziek! (2015) over doof zijn en niet gehoord worden, Lieve tolk (2015). Vervolgens schreef hij nogmaals een autobiografische roman Je weet wel waarom (2016). Over machtsspelletjes en het afbrokkelen van de saamhorigheid binnen het gezin. Over doofheid, seksuele identiteit en uiteindelijk een zoektocht naar zijn moeder, waarop de antwoorden gevonden werden in Spanje.

www.renecoenradie.nl